|
|
|
|
|
|
| Index > Recreatie > Bunkers | |
|
In het duinlandschap rond Wijk aan Zee herinneren
enkele bunkers nog aan de Atlantikwall, gebouwd door het Duitse
bezettingsleger tussen 1940 en 1944. Deze kustverdededigingswerken (de
zogenaamde Festung IJmuiden), hadden ten doel de haven van IJmuiden en
het Hoogovenbedrijf te beschermen tegen aanvallen van de Geallieerden.
Het geheel van deze versterkingen werd beschermd door een krans van
mijnenvelden, tankgrachten en wegversperringen tot enkele kilometers
diep in het achterland. In november 1942 werd er besloten tot volledige
evacuatie van de inwoners Wijk aan Zee naar het binnenland. Veel
inwoners trokken naar Beverwijk en Velsen. Op 12 augustus 1943 mochten
de bewoners op eigen risico terugkeren, maar op 15 oktober 1943 werd het
dorp opnieuw ontruimd.
Op duinenrij achter hotel de Wijk, werd door de Duitsers een radarbunker aangelegd. Dit om vijandelijke schepen en vliegtuigen al vroeg te kunnen onderscheppen. Deze radarschermen hadden een hoogte van twintig meter. Daarom waren de schermen diep in het beton van de bunker verankerd. Deze radarinstallaties heetten "Mammutstanden". In Nederland waren maar vier plaatsen waar nog zo'n "Mammutstand" stond: Den Helder,Oostkapelle, Den Haag en Wijk aan Zee. In de zomer van 1944, toen landingen van de
Geallieerden op handen leken, werden ook Velsen en delen van Beverwijk
geëvacueerd. De bewoners van Wijk aan Zee moesten nog verder van hun
dorp wonen, meestal in Haarlem of Amsterdam. Na de bevrijding keerden
zij vanaf 8 juni 1945 terug naar hun leegstaande huizen. De
achtergebleven Duitse troepen werden door geallieerde en Nederlandse
burgersoldaten krijgsgevangen gehouden en tijdelijk ingekwartierd in nog
leegstaande woonhuizen. Voordat ze terug moesten keren naar Duitsland,
werden ze ingezet om de versperringen en mijnenvelden op te ruimen. Dat
laatste gebeurde op een wrede manier; de soldaten moesten een gebied
totaal ontmijnen en er daarna arm in arm overheen lopen in brede rijen.
Hierbij hebben enkele Duitse soldaten het leven verloren. Toen het dorp weer veilig werd bevonden, moesten de Duitse soldaten lopend via de afsluitdijk terugkeren naar Duitsland.
De meeste inwoners keerden na de
bezetting terug. Het overgrote deel van de woonhuizen
was intact gebleven, sommige gebouwen waren beschadigd
tijdens bombardementen (zoals het kerkje bij het
Weiland) of tijdens het gebruik als troepenverblijf voor
Duitse soldaten.
Nog in de jaren zestig werd er achtergebleven wapentuig ontmanteld en werden er bunkers afgesloten en opgeblazen. Zolang de bunkers nog toegankelijk waren vormden ze een favoriete speelplek voor de dorpsjeugd. |
|